vrijdag 29 april 2011

Home sweet home - 27/04

Moe maar voldaan keren we terug naar huis. Aangezien we ongeveer 250km van huis zitten, zal dit heel de dag in beslag nemen. Na het ontbijt nemen we afscheid van Banna en Adam. We reizen terug via het noorden van het land en moeten dus eerst de ferrie nemen. In Janjangbureh ontmoeten we Muhammed, hij woont in Kerr Sering en wil ons meenemen met zijn jeep. We zitten met 7 opgepropt in de jeep, de sfeer zit goed!
http://www.youtube.com/watch?v=EsSFaR2Ycb4
Op de ferrie van Barra naar Banjul zien we enkele dolfijnen (helaas geen foto's). Enkele sfeerbeelden:
 
 
 
 
 
Om 17u komen we aan in Kololi, het voelt aan als “thuiskomen”.
 
 

Hippopotami – 26/04

 
 
Janjangbureh is een klein plaatsje met ongeveer 3000 inwoners. Het ligt op Janjangbureh Island en het is tevens de hoofdstad van de division. Het was de tweede Britse nederzetting in Gambia en jarenlang, na Banjul, de tweede belangrijkste plaats in Gambia. In de tijd van de slavenhandel was het van enorme ecomische betekenis. De ligging maakte het over water gemakkelijk bereikbaar. Janjangbureh raakt geleidelijk aan in verval. De Transgambia Highway  heeft de economische betekenis van de plaats in hoog tempo verminderd.
Schooltje in Janjangbureh:

In de voormiddag bezoeken we enkele historische plaatsten. We weten al dat enkele van deze bezienswaardigheden geen enkele historische betekenis hebben maar uitgevonden zijn om toeristen geld af te troggelen. Dit zorgt voor de nodige humor bij deze plaatsen...
Bij Cherno eten we Suppa (of zoiets), een gerecht met rijs, okrabonen en geitenvlees.
Na de lunch vertrekken we met Banna's boot downstream. Adam en Cherno vergezellen ons.
 
We gaan hippo's spotten. Onderweg zien we prachtige fauna en flora. Enja, we zien ook hippo's. We are one of the lucky ones.
 
 
 
 
 
 
 Hippo:

Op de terugweg gaan we even aan land om mango's te plukken. Mmmmmmango!

Adventure is out there – 25/04

We staan op om half acht. Onze gids staat al op ons te wachten. Aangezien we niet terugkeren naar het hoofdkwartier moeten we onze bagage meesleuren door het park.
 
 
 
 
Na een trektocht van 3 uur komen we uitgehonderd en uitgedroogd aan in Dumbuntu.
 
Wat volgt is een rit van 150 km naar JanJangBureh (Georgetown). Spanning en avontuur op de bushtaxi: lang wachten, verschroeiende hitte (bus scheerschuim ontploft), panne, irritante Nietcoenjoels en kotsende medereizigers. Na 5 helse uren komen we aan in Georgetown. Een Gambiaan die we onderweg ontmoeten (Cherno) brengt ons naar Talamanca Lodge, gelegen aan de Gambia River.
 
 
 

We worden hier heel goed ontvangen door Banna, de uitbater. Een kleine tweepersoonskamer is D200 per nacht. We mogen met 4 in 1 kamer slapen.
We snakken naar afkoeling, tijd voor een koude douche. Helaas, het water is warm. We zweten verder onder de douche. Puf puf.
Banna brengt ons met zijn bootje naar de overkant van het water.
 
 
Vanop het bootje zien we kleine lichtjes in de verte. Het blijken kaarsen te zijn die ons leiden naar een buffettafel. We dineren bij kaarslicht onder de sterretjes.
Voor we gaan slapen ontmoeten we Adam, een Canadees die werkt in Zuid-Korea. Samen met hem drinken we nog een Julbrewke.
Het wordt alweer een hete nacht. Zucht.

Dawn of the dead – 24/04

Na weinig of geen nachtrust en met een borrelende maag brengen we met Suleyman een bezoekje aan de Bwiamese vissers.
 
Next stop: Kiang West National Park, dit blijkt niet zo simpel te zijn. Na 2 uur wachten op de mainroad geraken we eindelijk aan vervoer.
 
Twee Libanezen droppen ons aan een checkpoint. Vandaar reizen we in een overvolle (35 personen!) bushtaxi verder naar het boerenhol Dumbuntu.
video
Even chillen in een compound. We kopen een zak rijst voor de familie van de compound waar we bekomen van de hete, stoffige rit.

 
 
Daar krijgen we rijst met stoofvlees van Sukutu, de buurvrouw.

Zij blijkt in Kiang National Park te werken en regelt voor ons een gids.
Daar bovenop zorgt ze ervoor dat we gratis kunnen overnachten in het park, het wordt een bewogen nacht!
Deze keer geen luide muziek in Kiang National Park aka Zombieland, wel: spinnenwebben, rattenkeutels, bergen stof, kriebelbeestjes, verlaten gebouwen, koeien, apen, zombies, oranje water, vleermuizen, ...
 

  

 
 
 
 

It began in Africa- ca- ca – 23/04

Na een weekje chillen zoeken we het avontuur op. We plannen niets op voorhand maar bekijken alles dag per dag. Ten laatste zondag moeten we terug in Kololie zijn. Niets moet, alles mag.
We nemen de eerste, beste bushtaxi naar Serrekunda. Daar nemen we de bushtaxi naar Brikama en van daaruit rijden we naar Bwiam, een dorpje aan een zijrivier van de Gambia rivier. Op deze bushtaxi ontmoeten we Jibou. Hij hoort dat we op zoek zijn naar een plaats om te overnachten en biedt ons een slaapplaats aan bij hem thuis. Hij woont in een familiecompound, we  ontmoeten zijn mama, vrouw, zus en de kindjes. We worden hartelijk ontvangen en mogen meteen mee lunchen.
 
 
 
Achteraf blijkt dat ze ons hun avondmaal hebben gegeven dus gaan we met behulp van een locale jongen (Suleyman) rijst, aardappelen, eieren, olie en ajuinen kopen.
Ondertussen ontmoeten we ook zijn familie en brengen een bezoek aan het ziekenhuis (alweer niet zo eenvoudig om binnen te geraken).
Bij zonsondergang kijken we samen met Jibou naar een voetbalmatch tussen 2 Gambiaanse dorpjes.
 
 
 
's Avonds krijgen we een omelet met frietjes en kijken met de ganse familie naar een filmpje (de   generator  maakt meer lawaai dan de film zelf).
 
We instaleren ons onder de sterrenhemel, klaar om in te dommelen... NOT! 
 
De winnende ploeg houdt nog een dik reggaefeestje tot in de vroege uurtjes vlak naast onze compound. Rastaman vibration!

woensdag 20 april 2011

Time to chill – 18/04


Na 2 werkmaanden is het tijd om te chillen! We hebben 2 weken paasvakantie. De eerste week zullen we hangen, zitten, liggen, zonnen, zwemmen, pitten, relaxen, snoozen, uitslapen,... De tweede week trekken we landinwaarts om The Gambia te ontdekken. De trouwe lezers zullen daarom 2 weken niets van ons horen.
It's a problemfree philosophy, Hakuna Matata!